Binnenlandse adoptie

De adoptie-akte wordt opgemaakt voor de vrederechter van de woonplaats van de adoptant(en) of voor een notaris.

De adoptieakte wordt ter homologatie voorgelegd aan de Rechtbank van Eerste Aanleg of de Jeugdrechtbank als de geadopteerde een minderjarige is. De bevoegde rechtbank is de rechtbank van de woonplaats van de adoptanten. Deze voorlegging gebeurt via de griffier van de rechtbank die het naar de Procureur des Koning zendt. De rechtbank doet uitspraak ook bij een eventuele weigering tot adoptie. Er is hoger beroep en cassatie mogelijk.

Na beroeps- of cassatietermijn zendt de Procureur des Konings het beschikkende gedeelte van het vonnis naar de ambtenaar van de burgerlijke stand van de verblijfplaats van de adoptant(en) of geadopteerde(n) voor de overschrijving ervan.