Hoe verlichten we onze gemeente op een manier die veilig, duurzaam én betaalbaar is? Met die vraag gingen we aan de slag bij de opmaak van het Masterplan Fluvius 3.0. Dit nieuwe lichtplan stemt de openbare verlichting af op de noden van vandaag én morgen.
Dankzij de omschakeling naar ledverlichting en de invoering van energieloze nachten is het elektriciteitsverbruik voor de openbare verlichting de voorbije jaren al sterk gedaald. Die besparing toont aan dat een doordachte aanpak werkt. Daarom wil Ternat tegen de omschakeling naar het winteruur (25 oktober 2026) het nieuwe lichtplan invoeren.
Vier uitgangspunten
Bij de uitwerking van het nieuwe lichtplan staan vier pijlers centraal:
- een verantwoord energieverbruik en lagere energiekosten;
- duurzaamheid en aandacht voor biodiversiteit;
- verkeersveiligheid;
- een duidelijke en herkenbare inrichting van de openbare ruimte.
Minder licht waar het kan, voldoende licht waar het nodig is
Bij de opmaak van het plan wordt rekening gehouden met de duisternisbehoeftekaart van het Agentschap voor Natuur en Bos. Op plaatsen waar duisternis belangrijk is voor fauna en flora, wordt de openbare verlichting zoveel mogelijk beperkt.
Tegelijk blijft veiligheid een belangrijke prioriteit. Daarom worden fietsverbindingen, gewestwegen en andere belangrijke verbindingswegen 's nachts niet langer gedoofd, maar gedimd. Zo blijven deze routes voldoende zichtbaar en herkenbaar.
In de woonstraten dooft de verlichting, net zoals vandaag, om middernacht. Voor het grootste deel van de gemeente blijft de hoeveelheid verlichting daardoor gelijk of neemt ze zelfs toe. Na zes maanden wordt de nieuwe regeling geëvalueerd.
Met dit nieuwe lichtplan wil Ternat evolueren naar een openbare verlichting die een goed evenwicht biedt tussen veiligheid, duurzaamheid, biodiversiteit en een efficiënt energieverbruik.
