Tijgers en beren in Kruikenburgpark

Wie 's ochtends door Kruikenburgpark wandelt, vermoedt waarschijnlijk niet dat er zich enkele uren eerder een kleine safari heeft afgespeeld. Er werden tijgers gezien. Beren ook. Een lieveling, een crème kijkgaatje, een schimmelspanner en zelfs een duikermotje. Geen paniek: het gaat allemaal om nachtvlinders.

100 soorten in één nacht

Tijdens de nacht van 24 op 25 mei voerde de Dienst Klimaat, Natuur en Groen een nachtvlinderinventarisatie uit in het park. Met behulp van een speciale lichtval werden maar liefst 100 verschillende soorten nachtvlinders aangetroffen, naast enkele exemplaren die niet met zekerheid op naam konden worden gebracht. Dat is een bijzonder mooi resultaat voor een park midden in het centrum van Ternat.

Nachtvlinders vertellen wat er leeft

Toch is dat misschien minder verrassend dan het lijkt. Kruikenburgpark ligt in een beekvallei en vormt een groene verbinding met het omliggende landschap. Nachtvlinders vertellen als het ware het verhaal van die omgeving. De meeste gevangen soorten zijn typische bosbewoners, maar er werden ook soorten gevonden die afhankelijk zijn van water of waarvan de rupsen uitsluitend leven op grassen. Een blik in een mottenval vertelt een ecoloog vaak meer over een gebied dan op het eerste gezicht zichtbaar is.

Van één plant tot een hele vlinder

Dat komt doordat rupsen meestal erg kieskeurig zijn. Volwassen nachtvlinders drinken nectar, zoeken boomsappen op of doen zich tegoed aan overrijp fruit. Sommige nachtvlinders eten zelfs helemaal niets meer. Ze hebben geen werkende monddelen en leven enkel lang genoeg om zich voort te planten.

Voor de rupsen is het een ander verhaal. Veel rupsen leven slechts van één of enkele plantensoorten. Een vlindervrouwtje zoekt daarom heel precies de juiste waardplant uit om haar eitjes op af te zetten. Vind je een bepaalde nachtvlinder, dan weet je vrijwel zeker dat ook haar voedselplant ergens in de buurt aanwezig is.

Tijgers, beren en andere verrassingen

De gevangen soorten vormden een kleurrijke staalkaart van onze natuur. Sommige waren nauwelijks enkele millimeters groot, andere vulden bijna een volledige handpalm. Opvallende verschijningen waren onder meer de Witte tijger, Gele tijger, Geel beertje, Kleine beer, Lieveling, Braamvlinder, Agaatvlinder, Appeltak, Gerande spanner, Bonte brandnetelmot en Koperuil.

Het zijn stuk voor stuk soorten die in veel tuinen voorkomen, maar die door hun nachtelijke levenswijze nauwelijks - of meestal niet - worden opgemerkt. Nochtans zijn ze vaak verrassend mooi, met fijne tekeningen, fluweelachtige vleugels en kleuren die doen denken aan exotische vlinders.

Van een snuit tot een duik onder water

Ook de Snuitvlinder verscheen voor de lamp. Zijn opvallende "snuit" is eigenlijk een paar sterk verlengde palpen, waardoor hij op een verdord blaadje lijkt. Die camouflage helpt hem overdag aan roofdieren te ontsnappen.

En dan was er nog het Duikermotje, een van de merkwaardigste insecten van onze streken. Het vrouwtje heeft geen vleugels, leeft volledig onder water en steekt alleen haar achterlijf uit het water om te paren. Ook de rupsen leven onder water.

De rupsen van de Hommelnestmot leven dan weer van de wasraten en de afval in hommelnesten, en soms ook in bijennesten. De imker in het park zal deze soort niet zo graag aantreffen in zijn bijenkasten.

Een piepkleine langeafstandsvlieger

Zelfs een piepklein motje kan indrukwekkende prestaties leveren. Het Koolmotje heeft een spanwijdte van amper anderhalve centimeter, maar is een echte langeafstandsvlieger. Jaarlijks trekken miljoenen exemplaren vanuit Zuid-Europa noordwaarts, soms zelfs tot boven de poolcirkel. Voor een insect van nauwelijks enkele tientallen milligram is dat een verbluffende prestatie.

Een primeur voor het Pajottenland

De grootste verrassing van de avond was zonder twijfel de Lindedwergbladroller. Voor zover bekend werd deze soort nog nooit eerder in het Pajottenland waargenomen.

Ook enkele exemplaren van de Lindedwergspanner werden gevangen, een soort waarvan de rupsen eveneens afhankelijk zijn van oude lindebomen. Zulke waarnemingen tonen hoe belangrijk oude bomen zijn. Ze vormen niet alleen een landschappelijk element, maar zijn ook een leefgebied voor talloze gespecialiseerde insecten die nergens anders terechtkunnen.

Waarom nachtvlinders tellen?

Waarom doen we eigenlijk nachtvlinderonderzoek? Natuurlijk is het gewoon ontzettend leuk. Elke ochtend is het een verrassing welke soorten zich in de lichtval bevinden. Maar de resultaten zijn ook wetenschappelijk waardevol.

Nachtvlinders reageren snel op veranderingen in het landschap. Ze vertellen iets over de kwaliteit van bossen, graslanden, houtkanten en waterlopen. Welke soorten zijn talrijk? Welke ontbreken? Verschijnen er nieuwe soorten? Of verdwijnen er net? Zo helpen ze ons om de natuur in onze gemeente beter te begrijpen en op te volgen.

Een diervriendelijke lichtval

De gebruikte lichtvallen zijn trouwens volledig diervriendelijk. Het zijn trechtervormige kisten met een speciale menglichtlamp en een voorschakelapparaat. De nachtvlinders vliegen op het licht af en rusten vervolgens veilig in de vangkist.

Vroeg in de ochtend worden alle dieren gedetermineerd en daarna opnieuw vrijgelaten op de plaats waar ze werden gevangen.

Ook in je eigen tuin

Wie zelf eens wil ontdekken welke nachtvlinders in de tuin leven, heeft geen professionele lichtval nodig. Een eenvoudige blacklight – een paarse led-, spaar- of tl-lamp – tegen een wit laken of een lichte muur doet vaak al wonderen.

Kies een warme, windstille en donkere nacht en kijk wat er verschijnt. Je zult versteld staan van de verscheidenheid.

En het leuke is: nachtvlinders volgen hun eigen kalender. De soorten die in mei rondvliegen zijn grotendeels verdwenen tegen juli, terwijl andere dan net hun opwachting maken. Ook in september verschijnt opnieuw een heel ander gezelschap. Net zoals planten elk hun bloeitijd hebben, kent ook elke nachtvlindersoort haar eigen vliegtijd.

Help mee de natuur in kaart te brengen

Met de gratis smartphone-app ObsIdentify kunnen gefotografeerde soorten bovendien verrassend nauwkeurig worden herkend. Waarnemingen kunnen eenvoudig worden ingevoerd op Waarnemingen.be, waar ze terechtkomen in een van de grootste natuurdatabanken van Vlaanderen.

Tienduizenden vrijwilligers vullen die databank dagelijks aan met waarnemingen van planten, paddenstoelen, vogels, insecten en tal van andere organismen. Die informatie is van onschatbare waarde voor onderzoekers, natuurverenigingen en overheden. Ze maakt het mogelijk om verspreidingskaarten op te stellen, veranderingen in populaties op te volgen en natuurbeheer steeds beter af te stemmen op de soorten die er voorkomen.

Elke tuin kan een verschil maken

Die kennis is belangrijk, want ook met veel nachtvlinders gaat het minder goed. Verandering van leefgebieden, versnippering van het landschap, lichtvervuiling, droogte en de gevolgen van de klimaatverandering zetten heel wat soorten onder druk.

Gelukkig kunnen ook kleine ingrepen helpen. Bloeiende planten, streekeigen struiken, oude bomen, ruige hoekjes en minder verharding maken tuinen en parken aantrekkelijker voor insecten. Elke bloem en elke struik kan een verschil maken.

Niet alleen zeldzaam is waardevol

Toch mogen we ons niet blindstaren op zeldzaamheden. Tijdens honderden inventarisaties blijkt telkens opnieuw dat een tiental algemene soorten het grootste deel van de vangst uitmaakt.

Precies die algemene nachtvlinders vormen het ecologische fundament van onze natuur. Ze zijn het bulkvoedsel voor jonge vogels, vleermuizen, spinnen, amfibieën en tal van andere dieren. Zonder die enorme biomassa zou een groot deel van onze voedselketen letterlijk instorten.

Algemene soorten verdienen daarom minstens evenveel aandacht als zeldzame. Een tuin vol "gewone" nachtvlinders is in werkelijkheid een teken van een gezonde en levende omgeving.

Een verborgen wereld naast ons

Misschien is dat wel de mooiste les van een nacht in het park. Achter de schijnbaar gewone mot die op een muur landt, schuilt vaak een fascinerend verhaal.

Van een rups die slechts één plant lust, over een vlinder die duizenden kilometers migreert, tot een zeldzame soort die voor het eerst in het Pajottenland opduikt. Wie na zonsondergang even een lamp laat schijnen, ontdekt een verborgen wereld die al die tijd gewoon naast ons heeft geleefd.