Veilig fietsen

Veilig fietsen duurt het langst. Een veilige rit begint met een veilige fiets en kennis van de verkeersregels.

Zijn alle onderdelen in goede staat?

Is je fiets uitgerust met de minimale uitrusting?

Waarover moet je fiets minimaal beschikken volgens de wet?

  • Twee goed werkende remmen: een op het voorwiel en een op het achterwiel.
  • Een fietslicht, zowel vooraan als achteraan. Vooraan moet het licht wit of geel zijn, achteraan rood.
  • Een bel, die je moet kunnen horen op 20 m van de fiets.
  • Een witte reflector vooraan en een rode reflector achteraan.
  • Gele of oranje pedaalreflectoren aan beide pedalen.
  • Reflectoren op de wielen of de banden. Ofwel een witte retro-reflecterende strook in de vorm van een doorlopende cirkel langs elke kant van de band van het voor- en achterwiel en/of op elk wiel ten minste twee gele of oranje reflectoren met dubbel front, vast en symmetrisch bevestigd aan de spaken

Fietsen in het donker

Moet je met je fiets rijden als het donker is of schemert? Zorg ervoor dat je licht aanstaat wanneer de zichtbaarheid minder dan 200 m bedraagt. Dus je licht moet niet alleen opstaan als het aardedonker is, maar ook bij valavond of schemering.

Richt je fietslicht correct op de baan. Let hierbij op dat je verlichting steeds op de weg gericht is en je medeweggebruikers niet verblindt.

De wet legt geen kwaliteitsnormen op voor fietsverlichting, maar je bespaart er best niet te veel op. Je lichten dienen immers niet alleen om de baan te verlichten, maar zeker ook om gezien te worden. Zonder goede lichten ben je in het donker zo goed als onzichtbaar, zelfs op plaatsen met openbare verlichting.

Waarop moet je letten bij de aankoop van een fietslicht?

Het mag een knipperlicht of vast licht zijn. Het licht mag bevestigd zijn aan je fiets maar ook aan jezelf, zoals een hoofdlamp. Maak de verlichting af en toe eens schoon om het licht sterker te laten doorstralen.

Je achterlicht moet zichtbaar zijn vanop 100 m. Vervang dus tijdig de batterijen.

Waar rij je als fietser?

Niet alleen speed pedelecs, maar ook gewone fietsers mogen op veel plaatsen op de rijbaan rijden. Dat is niet omdat er geen andere keuze is, maar omdat de rijbaan vaak de veiligste en duidelijkste plaats is. In straten met gemengd verkeer, in zone 30 en in woonstraten zonder fietspad, is de fietser een volwaardige weggebruiker. Hij deelt de weg met auto’s. Fietsen op de rijbaan is ook duidelijker: fietsers volgen dezelfde verkeersregels als andere weggebruikers en moeten niet telkens wisselen tussen fietspad, stoep en rijbaan.

Op wegen waar je maximaal 50 km/u mag rijden

  • Speed pedelecs mogen het fietspad gebruiken als dit is aangeduid met verkeersbord D7 (alleen fietsers) of met wegmarkeringen.
  • De gewone fietsers is verplicht het fietspad te gebruiken, tenzij het onderbord iets anders vermeld.

Op wegen waar je sneller dan 50 km/u mag rijden

  • Zowel speed pedelecs als gewone fietsers zijn verplicht het fietspad te gebruiken, als dit is aangeduid met bord D7.

Fietspad is gecombineerd met een voetpad en aangeduid met bord D9 of D10

  • Speed pedelecs mogen dit fietspad niet gebruiken.
  • Gewone fietsers moeten dit fietspad gebruiken.

Naast elkaar fietsen of toch niet?

Binnen de bebouwde kom mag je met twee naast elkaar fietsen als je de tegenliggers niet hindert. Buiten bebouwde kom mag je ook achterliggend verkeer niet hinderen.

Respect en ruimte delen

Samen de rijbaan gebruiken vraagt respect van iedereen.

Het is belangrijk dat fietsers hun plaats innemen op de weg. Dit wil niet zeggen dat ze uitdagend moeten rijden, ze moeten wel duidelijk zichtbaar zijn. Ze houden afstand van geparkeerde auto’s, rijden zichtbaar op de rijstrook en gedragen zich voorspelbaar. Zo weten andere bestuurders beter wat ze kunnen verwachten.

Anderzijds hebben fietsers recht op veiligheid. Automobilisten moeten voldoende ruimte geven, binnen de bebouwde kom is dit minstens 1 meter afstand bij het inhalen van een fietser.

Fietsen in groep: waar en hoe?

Als kleine groep, of het nu vrienden of sportfietsers zijn, van max 15 fietsers volg je dezelfde verkeersregels die je zou volgen als je de tocht op je eentje zou maken.

Als autobestuurder hou je de minimum afstand van 1m binnen bebouwde kom en 1,50m buiten bebouwde kom bij het inhalen.

Groep van 15 tot 50 deelnemers:

  • mogen vergezeld worden door twee of meer wegkapiteins.
  • zijn niet verplicht om de fietspaden te gebruiken.
  • mogen voorafgegaan en gevolgd worden door een begeleidende auto.

Groep van 51 tot 150 deelnemers

  • moeten vergezeld worden door ten minste twee wegkapiteins.
  • zijn niet verplicht om de fietspaden te gebruiken.
  • moeten voorafgegaan en gevolgd worden door een begeleidende.

Wil je meer weten over veilig fietsen?

Lees de praktische gids op vlaanderen.be/publicaties/veilig-fietst-het-langst-praktische-gids